Het diafragma is één van de drie belangrijkste factoren, welke bepaalt hoe een foto er uit komt te zien. Sluitertijd en lichtgevoeligheid ( ISO) zijn de andere twee bepalende factoren. We noemen dit de belichtingsdriehoek waarbij elk element een hoek inneemt en een gelijk effect heeft op de uiteindelijke belichting.

Het diaframa bepaalt hoeveel licht de camerasensor bereikt. De hoeveelheid licht bepaalt de scherpte-diepte in een foto. Scherpte-diepte is de afstand waarbinnen het onderwerp scherp wordt weergegeven. Als je je diafragma verandert, kan je je achtergrond van volledig scherp tot wazig maken. Dit geeft dus creatieve mogelijkheden.
(Denk eens aan je ogen: op een zonnige dag is je pupil erg klein, zodat er niet teveel licht naar binnen valt. In het donker is je pupil juist groot, om zoveel mogelijk licht binnen te laten vallen)
Om te onthouden: hoe hoger het f-getal, hoe kleiner de diafragma opening. Elke sprong naar de volgende f-stop betekent een halvering/ verdubbeling van de hoeveelheid licht ( f/11 geeft de helft van de hoeveelheid licht die f/8 geeft)

Groot diafragma ( kleine f-waarde): In deze situatie valt er veel licht op de lens en krijg je een mooie wazige achtergrond. In deze situatie is het belangrijk om op de juiste plek scherp te stellen. De fotografie-term voor deze onscherpte is bokeh. Bokeh benoemt de kwaliteit van de onscherpte.
Klein diafragma ( grote f-waarde): Nu valt er weinig licht op de sensor en neemt de scherptediepte toe. Nu wordt ook de achterste bomenrij scherp op een foto. We spreken van een klein diafragma van ongeveer f 10. Er komt nu wel een probleempje om de hoek kijken: er valt veel minder licht op de sensor, dus het diafragma moet langer open staan ( langere sluitertijd) Nu kan je dus bewegingsonscherpte krijgen. In het algemeen wordt er vanuit gegaan dat je onder de 1/60e seconde de camera niet lang genoeg stil kan houden. De oplossing is een statief of het verhogen van de ISO-waarden. (Hoe dit werkt vertel ik in een volgend blogje.)
Zoals al eerder gezegd, zijn de 3 factoren die de foto bepalen diafragma, sluitertijd en lichtgevoeligheid. Gelukkig denkt de camera intelligent met je mee en hoef je je niet met alle 3 factoren tegelijk bezig te houden: als je de camera op diafragma-voorkeur zet, kan je zelf de f-waarde kiezen. ( bij Canon heet dit AV, bij Nikon A) De camera stelt heel slim de bijpassende juiste sluitertijd in zodat de foto niet wordt onder- of overbelicht.
Je leert het meest van veel oefenen, dus probeer vooral te experimenteren. Probeer dezelfde foto op verschillende f-waarden te maken, neem eens een ander scherpstelpunt en bekijk het resultaat op je computer. Zo leer je het beste hoe je het gewenste effect kunt bereiken voor die leuke, aparte foto.
Het diafragma is een krachtig instrument om je foto’s een creatieve meerwaarde te geven.

F 1.8 1/40 sec 100 ISO Scherpstelpunt: gele eendje

F 1.8 1/40 sec 100 ISO . Deze foto heeft hetzelfde diafragma en sluitertijd als de foto erboven, maar het scherpstelpunt is nu niet op het gele eendje, maar op het roze eendje gezet. De foto is -ondanks dezelfde waarden- anders geworden.
Voor een onscherpe achtergrond: kies een waarde kleiner dan f 5.6.

F 20 3.2 sec 100 ISO
Nu zijn alle eendjes scherp door het kleine diafragma.

F 2.2 1/60 sec 800 ISO
Voor veel scherpte-diepte: kies dan een waarde vanaf f 8.

F 10 1/125 sec 100 ISO